Het voertuiggegevenssysteem met behulp van een verlengkabel installeren

This is a printed page that might be out of date. To read the most up-to-date help content, visit https://device-help.verizonconnect.com.


Benodigde tijd: 10 tot 20 min
Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld

In deze handleiding staat beschreven hoe een bestaand een voertuiggegevenssysteem geïnstalleerd wordt met behulp van een verlengkabel.

De motor moet UIT staan wanneer het voertuiggegevenssysteem wordt geïnstalleerd.

Zodra het apparaat geïnstalleerd is, wacht 10 minuten voordat u het voertuig start.

Met de verlengkabel kunt u het apparaat verder van de OBD-II-poort installeren.

Als u een naar de weg gerichte camera in hetzelfde voertuig installeert, kunt u de verlengkabel met de OBD-II-passthrough uit de camerakit gebruiken om de OBD-II-diagnosepoort beschikbaar te houden.

 

Stap 1. Controleer de inhoud van de doos

What_you_should_receive.png

  • Voertuiggegevenssysteem (VDD)
  • OBD-II-verlengkabel van 31”
  • Tiewraps van 8” (x2)
  • Tiewraps van 14” (x2)

Stap 2: Identificeer de onderdelen van de verlengkabel

Parts_of_the_extension_cable.pngDe kabel bestaat uit de volgende onderdelen:

    • (A) Aansluiting voor op de OBD-II-poort van het voertuig
    • (B) Zekeringhouder met een vervangbare zekering
    • (C) Systeemaansluiting voor het VDD

Stap 3. Sla informatie over het apparaat en voertuig op

Voordat u doorgaat schrijft u eerst de IMEI van het systeem op en in welk voertuig het wordt geïnstalleerd. Dit heeft u later nodig om de installatie te verifiëren.
Help-VDD.png
De IMEI bevindt zich op de achterkant van het systeem of op de doos.

Stap 4. Zoek de OBD-II-poort

2-LocateOBD.png

  1. Verplaats uw voertuig naar een gebied met een goede netwerkdekking.
  2. Zorg ervoor dat uw voertuig is uitgeschakeld.
  3. Zoek naar de OBD-II-poort van uw voertuig.
    De poort bevindt zich meestal onder het dashboard of onder de stuurinrichting. Als deze zich niet onder de stuurinrichting bevindt, zoek dan naar de poort op de plekken die zijn aangegeven in de afbeelding.
    Lees Zoek de OBD-II-poort als u hulp nodig hebt bij het vinden van de OBD-II-poort.

Stap 5. Sluit de kabel aan op de OBD-II-poort van het voertuig.Plug_cable_into_OBD_port.png

  1. Sluit aansluiting A op de OBD-II-poort van het voertuig.
    Wees voorzichtig als u het dashboardpaneel verwijdert. Ongepaste verwijdering kan schade veroorzaken. Als u niet bekend bent met het verwijderen van deze panelen, neem dan contact op met een deskundige.
  2. Leg de kabel onder het dashboard zo dat hij uitkomt op de locatie waar u het apparaat wilt bevestigen.

Stap 6. Sluit de OBD-II-passthrough aan (optioneel)

  1. Als u een naar de weg gerichte camera met verlengkabel installeert na de installatie van het voertuiggegevenssysteem, sluit dan de OBD-II-passthrough uit de camerakit op de systeemaansluiting van de kabel aan.

OBD-II_passthrough.jpg

Stap 7. Sluit het voertuiggegevenssysteem aan op de kabelPlug_device_into_cable.png

  1. Zorg dat de motor uit staat en sluit het voertuiggegevenssysteem aan op de systeemaansluiting van de kabel (C) of op de OBD-II-passthrough als u ook een naar de weg gerichte camera installeert.
  2. Wacht tot u een pieptoon hoort. Een enkele pieptoon geeft aan dat uw systeem juist is aangesloten en stroom ontvangt.
    Heeft u geen pieptoon gehoord?

Stap 8. Monteer het voertuiggegevenssysteem stevig.

Voordat u het systeem monteert en vastzet:

  • Bevestig het systeem niet rechtstreeks onder metalen oppervlakken, omdat dit het netwerk- en GPS-signaal kan blokkeren.
  • Bevestig het systeem niet in de buurt van een warmtebron, zoals een luchtrooster of luchtkanaal. Daardoor kan het systeem beschadigen en kunnen de kabels smelten.
  • U moet het systeem stevig vastzetten zodat het niet kan verplaatsen. Als het systeem niet stevig is bevestigd, wordt de nauwkeurigheid van voorvallen van onrustig rijgedrag beïnvloedt.
  • U moet de kabel oprollen en vastzetten, zodat deze de bestuurder niet in de weg zit.

Als u een camera met de verlengkabel installeert, installeer dan eerst de camera en monteer daarna pas het voertuiggegevenssysteem.

Het systeem bevestigen en vastzetten:

  1. Zoek naar een stabiele bevestigingsplaats onder het dashboard, zoals een staaldraad of steun.
    Mount_the_device.png

  2. Zet het systeem met tiewraps vast in het voertuig.

  3. Werk de kabel weg en zet deze vast met tiewraps.
  4. Controleer of alles goed vast zit en snijd de mogelijke overtollige lengte aan tiewraps af.
    WACHT 10 MINUTEN VOORDAT U DE MOTOR INSCHAKELT. In die tijd kan het voertuiggegevenssysteem de laatste updates downloaden.

Volgende stappen

Disclaimer

Verizon Connect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door of via gebruik van onze services, waaronder het voertuiggegevenssysteem (VDD), dat tegenstrijdig is met deze instructies of volgens de wet en/of onze overeenkomst niet toegestaan is. Geïnstalleerde apparaten mogen alleen worden verwijderd en verplaatst naar een ander voertuig indien het tweede voertuig getest is voor compatibiliteit, volgens deze instructies. Indien overplaatsingen tussen voertuigen niet volgens deze instructies verlopen, komen alle garanties van Verizon Connect te vervallen en wordt Verizon Connect van alle aansprakelijkheid ontheven voor schade door of via het gebruik van de apparaten.

FCC-conformiteitsverklaring

Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-regels. Gebruik ervan is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet storing accepteren, ook storing die mogelijk tot een ongewenste werking van het apparaat leidt. Wijzigingen en aanpassingen die niet uitdrukkelijk door de voor naleving verantwoordelijke partij worden goedgekeurd, kunnen ertoe leiden dat de gebruiker het apparaat niet meer mag gebruiken.

Dit apparaat is getest en voldoet aan de beperkingen voor een digitaal apparaat van klasse B volgens Deel 15 van de FCC-regels. Deze beperkingen zijn ervoor bestemd om redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke storingen in een residentiële installatie. Dit apparaat genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan deze uitstralen. Indien niet volgens de instructies geïnstalleerd of gebruikt, kan dit apparaat schadelijke storingen aan radiocommunicatie toebrengen. Er is echter geen garantie dat bij een bepaalde installatie geen storing zal optreden.

Als dit apparaat wel schadelijke storing toebrengt aan radio- of televisie-ontvangst, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit en aan te zetten, wordt de gebruiker aangemoedigd te proberen de storing door een of meer van de volgende maatregelen te verhelpen:

  • De ontvangende antenne heroriënteren of verplaatsen.
  • Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Vraag de leverancier of installatiemonteur om hulp.

Was dit artikel nuttig?


Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0