Een voertuiggegevenssysteem met behulp van een Y-kabel installeren

This is a printed page that might be out of date. To read the most up-to-date help content, visit https://device-help.verizonconnect.com.


In deze handleiding staat beschreven hoe een bestaand een voertuiggegevenssysteem geïnstalleerd wordt met behulp van een Y-kabel.

Door de Y-kabel te gebruiken kunt u de OBD-II-poort vrij houden voor diagnostische scans en het voertuiggegevenssysteem verbergen.

Als u een naar de weg gerichte camera in hetzelfde voertuig installeert, kunt u de Y-kabel met de OBD-II-passthrough-kabel uit de camerakit gebruiken om de OBD-II-diagnosepoort beschikbaar te houden.

 

Benodigde tijd: 20 tot 30 minuten
Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld

De motor moet UIT staan wanneer het voertuiggegevenssysteem wordt geïnstalleerd. Zodra het systeem geïnstalleerd is, wacht 10 minuten voordat u het voertuig start.

Stap 1. Controleer de inhoud van de doos

Y-CablePackage.png

  • Voertuiggegevenssysteem (VDD)
  • OBD-II Y-kabel (ong. 9 ft)
  • Tiewraps van 8” (x4)
  • Tiewraps van 14” (x2)
  • Bevestigingshulpstuk
  • Core-connector

Stap 2. Identificeer de onderdelen van de Y-kabel

AboutYC.png

De kabel bestaat uit de volgende onderdelen:

  • (A) Kabelaansluiting
  • (B) Bypass-connector voor op de OBD-II-poort van het voertuig
  • (C) Zekeringhouder met een vervangbare zekering
  • (D) Systeemaansluiting voor het voertuiggegevenssysteem

De kabel wordt geleverd met de volgende onderdelen:

Stap 3. Sla informatie over het apparaat en voertuig op

Voordat u doorgaat schrijft u eerst de IMEI van het systeem op en in welk voertuig het wordt geïnstalleerd. Deze informatie heeft u later nodig om de installatie te verifiëren.
Help-VDD.png
De IMEI bevindt zich op de achterkant van het systeem of op de doos.

Stap 4. Zoek de OBD-II-poort

2-LocateOBD.png

  1. Verplaats uw voertuig naar een gebied met een goede netwerkdekking.
  2. Zorg ervoor dat uw voertuig is uitgeschakeld.
  3. Zoek naar de OBD-II-poort van uw voertuig.
    De poort bevindt zich meestal onder het dashboard of onder de stuurinrichting. Als deze zich niet onder de stuurinrichting bevindt, zoek dan naar de poort op de plekken die zijn aangegeven in de afbeelding.
    Lees Zoek de OBD-II-poort als u hulp nodig hebt bij het vinden van de OBD-II-poort.

Stap 5. Verwijder de OBD-II-poort van uw voertuig

  1. Verwijder de OBD-II-poort van de bevestigingsbeugel door de ontgrendelingslipjes in te drukken of door de schroeven die de poort op haar plaats houden te verwijderen.
    U moet mogelijk eerst het dashboardpaneel verwijderen om de OBD-II-poort te kunnen verwijderen.
    Waarschuwing: Pas goed op als u de OBD-II-poort van het voertuig verwijderd. Als er kracht op de draden komt te staan of als de poort op andere wijze beschadigd raakt, kan dit prestatieproblemen veroorzaken bij het voertuig.

Stap 6. Koppel de core-connector aan het bevestigingshulpstuk

  1. Zoek het bevestigingshulpstuk (F) dat in vorm overeenkomt met de OBD-II-poort van uw voertuig past.
    Zorg ervoor dat u het juiste bevestigingshulpstuk heeft gekozen, voordat u het aansluit op de core-connector. Als ze eenmaal zijn aangesloten, is het lastig ze weer uit elkaar te halen.
    Welke bevestigingshulpstukken moet ik gebruiken in combinatie met de Y-kabel?
  2. Koppel de core-connector aan het juiste bevestigingshulpstuk.

Stap 7. Kabel aansluiten op de core-connector

  1. Sluit de vervangende OBD-II-aansluitkabel (A) aan op de achterkant van de core-connector (E) om de vervangende OBD-II-poort in elkaar te kunnen zetten.

Stap 8. Bevestig de vervangende OBD-II-poort

  1. Schroef of klik de vervangende OBD-II-poort vast op de plek waar de originele OBD-II-poort.

Stap 9. Sluit de originele poort aan op de bypass-connector

  1. Sluit de originele OBD-II-poort aan op de bypass-connector van de kabel (B).
  2. Zet de bypass-connector vast aan de poort met tiewraps.

Stap 10. Sluit de OBD-II-passthrough aan (optioneel)

  1. Als u een naar de weg gerichte camera installeert na de installatie van het systeem, sluit dan de OBD-II-passthrough uit de camerakit op de systeemaansluiting van de Y-kabel aan.

OBD-II_passthrough.jpg

Stap 11. Sluit het voertuiggegevenssysteem aan op de kabel

.
  1. Zorg dat de motor uit staat en sluit het voertuiggegevenssysteem aan op de systeemaansluiting van de kabel (D) of op de OBD-II-passthrough als u ook een naar de weg gerichte camera koppelt.
  2. Wacht tot u een pieptoon hoort.
    Een enkele pieptoon geeft aan dat uw systeem juist is aangesloten en stroom ontvangt.
    Heeft u geen pieptoon gehoord?

Stap 12. Monteer het voertuiggegevenssysteem

Voordat u het systeem monteert en vastzet:

  • Bevestig het systeem niet rechtstreeks onder metalen oppervlakken, omdat dit het netwerk- en GPS-signaal kan blokkeren.
  • Bevestig het systeem niet in de buurt van een warmtebron, zoals een luchtrooster of luchtkanaal. Daardoor kan het systeem beschadigen en kunnen de kabels smelten.
  • U moet het systeem stevig vastzetten zodat het niet kan verplaatsen. Als het systeem niet stevig is bevestigd, wordt de nauwkeurigheid van voorvallen van onrustig rijgedrag beïnvloedt.
  • U moet de kabel oprollen en vastzetten, zodat deze de bestuurder niet in de weg zit of de bestuurder belemmert bij het besturen van het voertuig.

Als u een naar de weg gerichte camera met de Y-kabel in hetzelfde voertuig installeert, installeer dan eerst de camera en monteer daarna pas het systeem en zet het vast.

Het systeem bevestigen en vastzetten:

  1. Zoek naar een stabiele bevestigingsplaats onder het dashboard, zoals een staaldraad of steun.
    Mount_the_device.png
  2. Zet het systeem met tiewraps vast in het voertuig.

  3. Werk de kabel weg en zet deze vast met tiewraps.
  4. Controleer of alles goed vast zit en snijd de mogelijke overtollige lengte aan tiewraps af.
    WACHT 10 MINUTEN VOORDAT U DE MOTOR INSCHAKELT. In die tijd kan het voertuiggegevenssysteem de laatste updates downloaden.

Volgende stappen

Disclaimer

Verizon Connect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door of via gebruik van onze services, waaronder het voertuiggegevenssysteem (VDD), dat tegenstrijdig is met deze instructies of volgens de wet en/of onze overeenkomst niet toegestaan is. Geïnstalleerde apparaten mogen alleen worden verwijderd en verplaatst naar een ander voertuig indien het tweede voertuig getest is voor compatibiliteit, volgens deze instructies. Indien overplaatsingen tussen voertuigen niet volgens deze instructies verlopen, komen alle garanties van Verizon Connect te vervallen en wordt Verizon Connect van alle aansprakelijkheid ontheven voor schade door of via het gebruik van de apparaten.

FCC-conformiteitsverklaring

Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-regels. Gebruik ervan is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet storing accepteren, ook storing die mogelijk tot een ongewenste werking van het apparaat leidt. Wijzigingen en aanpassingen die niet uitdrukkelijk door de voor naleving verantwoordelijke partij worden goedgekeurd, kunnen ertoe leiden dat de gebruiker het apparaat niet meer mag gebruiken.

Dit apparaat is getest en voldoet aan de beperkingen voor een digitaal apparaat van klasse B volgens Deel 15 van de FCC-regels. Deze beperkingen zijn ervoor bestemd om redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke storingen in een residentiële installatie. Dit apparaat genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan deze uitstralen. Indien niet volgens de instructies geïnstalleerd of gebruikt, kan dit apparaat schadelijke storingen aan radiocommunicatie toebrengen. Er is echter geen garantie dat bij een bepaalde installatie geen storing zal optreden.

Als dit apparaat wel schadelijke storing toebrengt aan radio- of televisie-ontvangst, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit en aan te zetten, wordt de gebruiker aangemoedigd te proberen de storing door een of meer van de volgende maatregelen te verhelpen:

  • De ontvangende antenne heroriënteren of verplaatsen.
  • Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Vraag de leverancier of installatiemonteur om hulp.

Was dit artikel nuttig?


Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0