Naar de weg gerichte camera (model 1)

This is a printed page that might be out of date. To read the most up-to-date help content, visit https://device-help.verizonconnect.com.


  • Apparaatinformatie

    road-facing-camera-model-1.png

    Camerafuncties:

    • 720p HD video
      Geniet van duidelijke opnamen van hoge kwaliteit
    • Zicht van 150°
      Bekijk het zicht van de bestuurder
    • Industrieel
      Bestendig tegen hoge hitte en vibraties
    • Cloud-opslag
      Uw videoclips zijn voor 90 dagen beschikbaar
  • Voorbereiding voor de installatie

    Download de app

    U moet de app Integrated Video downloaden om de installatie af te ronden. We raden aan dit te doen voor u de installatie start.

    Download de app:

    btn-app-store.svg btn-google-play.svg

    U kunt u aanmelden bij de app met uw inloggegevens van Verizon Connect.

    Wat wordt er meegeleverd

    • 1 x camera (met kabel A1)
    • 1 x voedingskabel camera (A2)
    • 1 x V kabelboom (B)
    • 1 x OBD-II aansluitkabel (C)
    • 1 x aansluitkabel 9 pennen (D) (verkrijgbaar op verzoek via Verizon Connect Support)
    • 1 x aansluitkabel met 3 draden (E)
    • 1 x voedingsadapter
    • 1 x SD-kaart en simkaart (al geplaatst in camera)
    • 2 x 3M VHB kleefplaatjes
    • 5 x kabelbinders
    • 5 x bevestigingen kabelbinders
    • 2 x alcoholdoekjes
    • Beveiligingspaneel

    Benodigde hulpmiddelen

    • Mobiel apparaat met de app Integrated Video geïnstalleerd
    • 1 x kruiskopschroevendraaier nr. 1
    • 1x Torxsleutel
  • De camera installeren

    Sluit de kabels van de camera aan

    1. Sluit kabel A1 van de camera aan op kabel A2.
    2. Sluit kabel A2 aan op de DC voedingsadapter.
    3. Sluit de kabelboom (B) aan op de DC voedingsadapter.
    4. Sluit de kabelboom (B) aan op de aansluitkabel (C, D of E).

    Voor lichte bedrijfswagens of privévoertuigen gebruikt u de OBD-II aansluitkabel (kabel C).

    Voor vrachtwagens, gebruikt u de aansluitkabel met 9 pennen (kabel D). Als u een (Deutsch) aansluitkabel met 9 pennen voor vrachtwagens nodig hebt, neem dan contact op met Verizon Connect Support.

    Voor lichte voertuigen die zijn geproduceerd voor 1996 of voor vrachtwagens met aansluitkabels van 6 pennen, gebruikt u de aansluitkabel met 3 draden (kabel E).

    Verbind de camera met de voedingsbron

    Aansluiten op een OBD-II poort (kabel C)
    Aansluiten met de connector met 9 pennen (kabel D)
    Aansluiten met de connector met 3 draden (kabel E)

    De camera moet verbonden worden met een voedingsbron.

    Voor u de camera aansluit, moet u controleren of de motor is uitgeschakeld en de DC voedingsadapter is ingeschakeld.

    connect-the-camera-to-the-power-source.jpg

    Aansluiten op een OBD-II poort (kabel C)

    1. Zoek de poort
      De locatie van de OBD-II poort verschilt per voertuig. De poort bevindt zich meestal links van het stuur, onder het dashboard. Het schema toont andere mogelijke locaties. Ga naar de Hum-website om te zoeken op merk, model en jaar van het voertuig.connecting-to-an-obd-ii-port-1a.jpg
    2. Steek de kabel stevig in de OBD-II poort.

    connecting-to-an-obd-ii-port-1b.jpg

    Aansluiten met de connector met 9 pennen (kabel D)

    Als u een (Deutsch) aansluitkabel met 9 pennen voor vrachtwagens nodig hebt, neem dan contact op met Verizon Connect Support.

    1. Zoek de poortconnecting-to-an-obd-ii-port-2a.jpg
    2. Sluit de kabel aan.

    connecting-to-an-obd-ii-port-2b.jpg

    Aansluiten met de connector met 3 draden (kabel E)

    Belangrijk: Zorg ervoor dat de deur aan de bestuurderszijde open blijft tijdens het installatieproces.

    Als u een met 3 draden gekoppelde camera toevoegt aan een bestaande met 3 draden gekoppelde gps-installatie, kunt u de bestaande verbindingen voor constante, ontsteking en aarding of een roestvrijstalen ringterminal gebruiken om uw eigen aardingsverbinding te maken.

    U kunt verbindingsconnectors of posi-tap-connectors gebruiken. U kunt geen add-a-fuse, zekerhouders of Scotch lock-connectors gebruiken voor deze installaties.

    Zwarte draad - aarde

    Controleer of de motor is uitgeschakeld en bevestig de zwarte draad direct aan een aardingspunt in het chassis of aan een aardingskabel (aarding chassis) door direct verbinding te maken met een aardingsleiding of door middel van insteken in de draad (zie onderstaand).

    Rode draad - constant vermogen

    Controleer of de motor is uitgeschakeld en gebruik een spanningsmeter om een accukabel van 12 Volt te zoeken en sluit de rode draad aan door direct verbinding te maken met een kabel of door middel van insteken in de draad. Bij het koppelen van een gezekerde leiding of bij het gebruiken van een geïntegreerde zekering (niet vereist) moet de waarde ten minste 5 amp zijn.

    Let op dat u een draad voor voeding naar accessoires niet verward met een draad voor continue voeding (12 volt, altijd aan).

    Om een continue vermogensbron te bepalen:

    1. Controleer of de deur aan de bestuurderszijde open is.
    2. Selecteer een draad.
    3. Controleer of de motor is uitgeschakeld en gebruik een spanningsmeter om de DC-spanning van de draad te meten. Dit moet 12 VDC of hoger zijn.

    Witte draad - ontstekingsvermogen

    Controleer of de motor is uitgeschakeld en gebruik een spanningsmeter om een ontstekingskabel met geschakeld vermogen te zoeken en sluit de witte draad aan door direct verbinding te maken met de kabel of door middel van insteken in de draad.

    • Gebruik geen geïntegreerde zekering op deze leiding.
    • Gebruik vermogen voor accessoires niet.

    Insteken in kabel

    connecting-to-an-obd-ii-port-3.jpg

    1. Zoek de juiste draad.
    2. Strip de isolatie van een deel van de draad.
    3. Maak een gat in de blootgelegde draad
    4. Steek de kabel door het gat.
    5. Wikkel de kabel stevig vast en isoleer met isolatietape.
    6. Plaats een tiewrap over de isolatietape aan elke zijde van de verbinding.

    Schakel het contact in

    Als de camera is verbonden met de voedingsbron zet u het contact aan en schakelt u de camera in.

    turn-on-the-ignition.jpg

    Camera opstarten

    Tijdens het opstarten van de camera knipperen de rode, blauwe en groene lampjes en vervolgens klinkt er een pieptoon.

    Opstarten stap 1

    Red-on.png

    Aan

    Blue-off.png

    Uit

    Green-off.png

    Uit

    Sound-off_alternative.png

    Geen geluid

    Opstarten stap 2

    Red-on.png

    Aan

    Blue-on.png

    Aan/uit

    Green-off.png

    Uit

    Sound-off_alternative.png

    Geen geluid

    Opstarten stap 3

    Red-on.png

    Aan

    Blue-on.png

    Aan

    Green-on.png

    Aan/uit

    Sound-off_alternative.png

    Geen geluid

    Opstarten afgerond

    red-on.png

    Aan

    blue-on.png

    Aan

    green-off.png

    Uit

    Sound-off_alternative.png

    Geen geluid

    Camera werkt naar behoren

    red-off.png

    Uit

    Blue-on.png

    Aan

    Green-on.png

    Aan

    Sound-off_alternative.png

    Geen geluid


    Als de blauwe en groene lampjes niet constant branden na 10 minuten is er een fout opgetreden. Neem contact op met Klantondersteuning als u het probleem niet kunt oplossen.

    Identificeer de camera

    Gebruik de app Integrated Video om de barcode te scannen en de camera te identificeren.

    Elke camera heeft een unieke barcode en serienummer. Het serienummer kan op de camera zelf en op de doos waarin de camera werd geleverd gevonden worden.

    Om de camera te identificeren, scant u de barcode met de Integrated Video-app (zie installatiehandleiding camera voor u begint als u de app nog niet hebt geïnstalleerd).

    identify-the-camera.jpg

    Volg de volgende stappen in de app:

    1. Onder Camera-activering kiest u Activeren.
    2. Houd uw apparaat zo dat de barcode verschijnt in de zoeker van de app. De app identificeert de camera automatisch.
    3. U kunt het serienummer ook handmatig invoeren. Hiervoor selecteert u Handmatige invoer, voert u het serienummer in met het toetsenbord en selecteert u Volgende.

    Kies een positie voor de camera

    Bepaal een geschikte locatie voordat u de camera op de voorruit bevestigt. Houd bij het kiezen van een locatie rekening met het volgende:

    1. De camera moet zo hoog mogelijk geplaatst worden binnen de ruitenwisserzone aan de bestuurderszijde.
    2. Het cameragedeelte van het apparaat moet in het bovenste gedeelte (5 cm) van de ruitenwisserzone geplaatst worden.
    3. De camera mag het zicht van de bestuurder niet belemmeren.
    4. Plaats de camera niet in de buurt van het climate control-systeem van het voertuig aangezien overmatige warmte invloed kan hebben op de werking van de camera.

    De camera kan overal in het gemarkeerde gedeelte worden geplaatst.

    choose-camera-placement-1.gif

    Stel de hoek van de camera af

    De camera moet op de weg gericht zijn en niet belemmerd worden.

    Pas de hoeksteun van de camera aan op basis van de kanteling van de voorruit, zodat de richting van de camera juist is.

    Om de hoek aan te passen:

    1. Verwijder de vergrendeling voor de hoeksteun met de kruiskopschroevendraaier nr. 1.
    2. Houd de camera tegen de voorruit.
    3. Pas de richting van de camera aan.
    4. Plaats de vergrendeling voor de hoeksteun terug.

    choose-camera-placement-2.jpg

    Test de camerapositie

    1. Houd de camera tegen de voorruit waarbij de camera recht vooruit is gericht.
    2. U ziet een voorbeeldweergave in de app. Controleer of de camera goed is afgesteld en het beeld niet wordt belemmerd.
    3. Als u tevreden bent met de locatie en de richting, selecteert u Volgende in de app.

    choose-camera-placement-3.jpg

    Plaats de camera op de voorruit

    Belangrijk: De glastemperatuur van de voorruit mag niet te warm of te koud zijn. Installeer de camera bij een geschikte temperatuur (tussen 10 °C en 26 °C wordt aanbevolen).

    1. Reinig en droog het gebied op de voorruit waar de camera wordt geplaatst.

      stick-to-windshield-1.jpg

    2. Plak de meegeleverde 3M-kleefstrip op de camerasteun en druk deze stevig aan.stick-to-windshield-2.jpg
    3. Verwijder de beschermlaag van de kleefstrip.
    4. Bevestig de camera op de voorruit door de camera 30 seconden stevig vast te drukken.

      stick-to-windshield-3.png

     

    Werk de kabels weg

    Bevestig de verlengkabel in de dakpanelen en gebruik de kabelbinders om de kabel naar de zijkant richting te voedingsbron te leiden. Plaats de kabels niet achter de A-stijl.

    Als u een nieuwe naar de bestuurder gerichte camera installeert, moet u deze aan de connector bevestigen voordat u de kabels opruimt.

    tidy-away-the-cables.png

    Koppel de camera met het voertuig en activeer de camera

    De camera moet verbonden worden met een voertuig zodat door de camera gedetecteerd onrustig rijgedrag gekoppeld kan worden aan een bepaald voertuig.

    1. Kies in de app welk voertuig gekoppeld moet worden aan de camera in het scherm Voertuig identificeren.

      Kies het voertuig uit de lijst of zoek op voertuignaam, voertuigidentificatienummer (VIN), voertuigregistratienummer (REG) of elektronisch serienummer (ESN).

    2. Selecteer Volgende.

    3. Bevestig dat de camera is verbonden met het juiste voertuig en selecteer Camera activeren.

    pair-camera-with-a-vehicle-and-activate.png

  • Apparaatondersteuning

    De camera is voorzien van 3 indicatorlampjes om problemen eenvoudig te kunnen identificeren:

    Red-on.png

    Rood: Waarschuwing

    Blue-on.png

    Blauw: Opname

    Green-on.png

    Groen: Communicatie

    Tijdens normale werking branden zowel het groene als het blauwe lampje.

    Als het blauwe lampje uit is en het rode lampje aan is of knippert, is er mogelijk een probleem met de SD-kaart.

    Als het groene lampje uit is of knippert, is er mogelijk een probleem met de simkaart of het netwerk.

    Hieronder volgt een aantal veelvoorkomende problemen.


    Communicatiefout netwerk

    red-on-off.png

    Snel uit/aan

    blue-on.png

    Aan

    green-on-off.png

    Langzaam uit/aan

    Sound-on.png

    Pieptoon

    Oplossing: Controleer of de camera binnen bereik is.


    SD-fout/geen SD/schrijffout

    red-on-off.png

    Langzaam uit/aan

    Blue-off.png

    Uit

    Green-on.png

    Aan of uit

    Sound-on.png

    Pieptoon

    Oplossing: Reset de camera. Als dit niet werkt, moet de kaart mogelijk vervangen of gerepareerd worden.

    Contact opnemen met ondersteuning


    Fout 3G-netwerk apparaat/simkaart

    Red-off.png

    Uit

    Blue-on.png

    Aan

    green-on-off.png

    Uit/aan

    Sound-off_alternative.png

    Geen geluid

    Oplossing: Probeer het volgende voor u contact opneemt met Verizon Connect Support:

    • Controleer of de camera binnen bereik is.
    • Reset de camera.
    • Schakel het contact uit en bevestig dat de simkaart geïnstalleerd en juist geplaatst is.

    Contact opnemen met ondersteuning

    Reset de camera

    Druk 3 seconden op de knop Kalibreren of tot u een pieptoon hoort. De kalibratieknop is het kleine rode knopje op de camera. Gebruik een paperclip of vergelijkbaar om de knop in te drukken

 


Was dit artikel nuttig?


Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0