Plug-and-play volgsystemen installeren met behulp van de Spotlight-app

This is a printed page that might be out of date. To read the most up-to-date help content, visit https://device-help.verizonconnect.com.


Generic_plug_and_play_tracker.png

In deze handleiding staat beschreven hoe u een plug-and-play volgsysteem installeert met behulp van de Spotlight-app.

In deze handleiding komen de volgende onderwerpen aan bod:

Disclaimer

Verizon Connect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door of via gebruik van onze services, waaronder het voertuiggegevenssysteem (VDD), dat tegenstrijdig is met deze instructies of volgens de wet en/of onze overeenkomst niet toegestaan is. Geïnstalleerde apparaten mogen alleen worden verwijderd en verplaatst naar een ander voertuig indien het tweede voertuig getest is voor compatibiliteit, volgens deze instructies. Indien overplaatsingen tussen voertuigen niet volgens deze instructies verlopen, komen alle garanties van Verizon Connect te vervallen en wordt Verizon Connect van alle aansprakelijkheid ontheven voor schade door of via het gebruik van de apparaten.

Voorbereiding

Maak uw wagenpark klaar

  1. Verplaats het voertuig naar een gebied met een goede netwerkdekking en met een vrij zicht op de lucht.
  2. Schakel de motor van het voertuig uit.

Download de Spotlight-app

  1. Download de Spotlight-app van Verizon Connect.
    btn-app-store.svg btn-google-play.svg
  2. Log in op de app met uw Verizon Connect-inloggegevens.
    Als u geen inloggegevens heeft, neem dan contact op met uw systeembeheerder.

Installatie

  1. Ga in de Spotlight-app naar Account > Apparaatinstelling.
    DEVICE_SETUP.png
  2. Op het scherm Wat wilt u installeren? tikt u op Voertuigvolgsysteem.
    Choose_a_device_to_install.png
  3. Tik op NIEUW VOERTUIG. Select_vehicle.png
  4. Gebruik de app om de barcode die achterop het systeem staat in te scannen.
    Scan_vehicle_tracker.png
    Als u de code niet kunt scannen, kies dan Handmatige invoer en voer het ESN- of IMEI-nummer in.
    Welke barcode moet ik gebruiken?
  5. Zoek de OBD-II-poort.
    2-LocateOBD.png
    De poort bevindt zich meestal onder het dashboard of onder de stuurinrichting. Als deze zich niet onder de stuurinrichting bevindt, zoek dan naar de poort op de plekken die zijn aangegeven in de afbeelding.
    Zoek de OBD-II-poort.
  6. Wanneer het systeem herkend wordt, tikt u op MIJN VOERTUIG KOPPELEN.
    Connect_my_vehicle.png
  7. U kunt de voertuiginformatie invoeren terwijl u wacht tot het systeem verbonden is. Tik BEWERK UW VOERTUIGPROFIEL TERWIJL U WACHT.

    EDIT_VEHICLE_PROFILE.png
  8. Voer de Voertuiginformatie in op het scherm Voertuigidentiteit en kies Opslaan.
    Voer de volgende informatie in:
    • Voertuignaam (verplicht)
    • Kentekennummer
    • VIN
    • Bouwjaar, Merk, Model
    • Brandstoftype
    • Tankcapaciteit
    • Brandstofefficiëntie (stad)
    • Brandstofefficiëntie (snelweg)
    • Huidige kilometerstand
  9. Als het voertuig is verbonden, verschijnt het op de kaart met de pop-upmelding Voertuig verbonden.
    devicesetup_completed.png
  10. Kies INSTALLATIE VOLTOOIEN en vervolgens SLUITEN om de installatie af te ronden.
    Congrats.png

FCC-conformiteitsverklaring

Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-regels. Gebruik ervan is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet storing accepteren, ook storing die mogelijk tot een ongewenste werking van het apparaat leidt. Wijzigingen en aanpassingen die niet uitdrukkelijk door de voor naleving verantwoordelijke partij worden goedgekeurd, kunnen ertoe leiden dat de gebruiker het apparaat niet meer mag gebruiken.

Dit apparaat is getest en voldoet aan de beperkingen voor een digitaal apparaat van klasse B volgens Deel 15 van de FCC-regels. Deze beperkingen zijn ervoor bestemd om redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke storingen in een residentiële installatie. Dit apparaat genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan deze uitstralen. Indien niet volgens de instructies geïnstalleerd of gebruikt, kan dit apparaat schadelijke storingen aan radiocommunicatie toebrengen. Er is echter geen garantie dat bij een bepaalde installatie geen storing zal optreden.

Als dit apparaat wel schadelijke storing toebrengt aan radio- of televisie-ontvangst, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit en aan te zetten, wordt de gebruiker aangemoedigd te proberen de storing door een of meer van de volgende maatregelen te verhelpen:

  • De ontvangende antenne heroriënteren of verplaatsen.
  • Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een ander circuit dan dat
  • van de ontvanger.

Vraag de leverancier of installatiemonteur om hulp.


Was dit artikel nuttig?


Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0