Waarom rapporteert mijn voertuig niet?

This is a printed page that might be out of date. To read the most up-to-date help content, visit https://device-help.verizonconnect.com.


NRU_TRUCK_ICON.png

De gps-volgsystemen in voertuigen sturen informatie, zoals locatie, naar Reveal.

Het volgsysteem kan soms echter stoppen met rapporteren en de informatie in Reveal is onjuist of bestaat niet. Dit wordt soms aangeduid als niet-responsieve eenheid (NRU).

Sommige problemen zoals foutieve hardware of verouderde firmware kunnen alleen opgelost worden door de klantondersteuning. Hier volgen een aantal probleemoplossende technieken die u kunt gebruiken zodat uw voertuig weer rapporteert:

Bekijk het Gedetailleerde rapport

detailedreport.png

Als u denkt dat uw voertuig niet rapporteert, kunt u een Gedetailleerd rapport uitvoeren.
Dit rapport geeft aan waar uw voertuig is geweest, vandaag of voor het geselecteerde datumbereik. Replay laat geen realtime informatie zien. Als u wilt weten waar het voertuig op dit moment is, moet u de Live kaart bekijken.

Controleer of het voertuig kan starten

turn-on-the-ignition.jpg

Probeer het voertuig te starten. Als het voertuig voor langere tijd stil heeft gestaan, kan de accu leeg zijn en wordt er daardoor geen stroom naar het volgsysteem gestuurd.
Sommige volgsystemen rapporteren alleen als het voertuig in werking is.

Controleer of het voertuig binnen het bereik van een cellulair netwerk is

ICON.png

Bekijk de voertuigstatus op Live kaart. Als u het pictogram Geen signaal ziet, kan het voertuig buiten het bereik van een cellulair netwerk zijn. Dit kan veroorzaakt worden doordat het voertuig door een tunnel rijdt, een ondergrondse parkeergarage binnenrijdt of als het voertuig rijdt door een gebied zonder cellulair netwerk zoals een woestijn.

Controleer of het voertuig duidelijk zicht heeft op de lucht

connect_vehicle.png

De volgsystemen in uw voertuigen moeten contact maken met satellieten. Wanneer de verbinding tussen het volgsysteem en het satellietnetwerk wordt belemmerd, kunnen ze geen contact met elkaar maken.
Als het voertuig in een gebouw met een metalen dak, een ondergrondse parkeergarage of een gebied met hoge gebouwen staat, kan dit het gps-signaal verstoren.

Volgsystemen hebben een gps- en cellulair netwerk nodig om te werken.

Controleer of de accu-isolator of spanningsverlagers inactief zijn

battery_black.png

Accu-isolators en spanningsverlagers voorkomen dat de startaccu leeg wordt getrokken door de apparatuur van uw voertuig wanneer de motor is uitgeschakeld. Ze doen dit door de voltage onder de 6 V in te stellen. De volgapparaten van Verizon Connect hebben ten minste 12 V nodig om te werken.

Als de accu-isolator of spanningsverlager te snel wordt geactiveerd, kan dit invloed hebben op uw volgsysteem op de volgende manieren:

  • Het voertuig wordt weergegeven als stationair op de Live kaart wanneer de motor is uitgeschakeld.

  • Live kaart toont alleen de laatste beweging van het voertuig, dit kan afwijken van de werkelijke locatie.

Als u dit wilt voorkomen, moet u ten minste 90 seconden wachten nadat u het voertuig uitschakelt voordat de accu-isolator of spanningsverlager ingeschakeld kunnen worden. Hierdoor kan het volgsysteem het rapport afronden.

Controleer of het volgsysteem aangesloten is

Image1.png

Volgsystemen rapporteren niet meer als ze niet zijn aangesloten. Een plug-and-play-apparaat kan losgekoppeld worden wegens ongeoorloofde aanpassingen of het kan losgekoppeld worden tijdens onderhoud. (De ODB-II-poort wordt gebruikt door monteurs om voertuigdiagnostische rapporten uit te voeren.)

Het volgsysteem herstarten

Image2.png

Controleer de lampjes op het volgsysteem. Als de lampjes niet aan zijn, moet u de stroom resetten op de eenheid. Om dit te doen, moet u het volgsysteem loskoppelen van de ODB-II-poort als de motor uit is. Wacht vervolgens vijf minuten en sluit het systeem weer aan. Deze methode werkt alleen voor plug-and-play-apparaten.

Controleer de bedrading en zekeringen

Image3.png

Als u een plug-and-play-volgsysteem heeft, moet u de stroom van de OBD-II-poort controleren met behulp van een digitale multimeter. Test de voltage op pin16. Als de voltage wordt weergegeven als 0, moet u kijken of er een defecte zekering is. Het is vaak het geval dat de OBD-II gezekerd is op het hulpcircuit.

Als u een volgsysteem heeft met 9 draden (of 3 draden), moet u kijken of er defecte zekering is omdat het volgsysteem aangesloten is op een van de gezekerde circuits van het voertuig.

Komt u er nog steeds niet uit?

Zodra u al deze stappen heeft uitgevoerd en het voertuig rapporteert nog steeds niet, kunt u contact opnemen met de klantondersteuning. Zij kunnen verdere probleemoplossing uitvoeren en indien nodig een monteur inschakelen.

Voordat u belt, moet u de volgende informatie bij de hand hebben:

  • Voertuignaam en voertuig-ID

  • Datum en tijd van het laatste rapport

  • ESN van het volgsysteem (indien mogelijk)

  • Naam van de contactpersoon

  • Waar de monteur naartoe moet

Opmerking: Als u toegang heeft tot het voertuig, moet u ervoor zorgen dat de motor aan is zodat de klantondersteuning verdere controles kan uitvoeren.


Was dit artikel nuttig?


Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0